Burgerlijke Stand in het kort

Een kleine terugblik op 200 jaar lief en leed
In 2011 hebben archiefdiensten in ons land uitgebreid aandacht besteed aan de invoering van de burgerlijke stand, 200 jaar geleden. Het Zeeuws Archief in Middelburg had een speciaal programma samengesteld met diverse activiteiten, waaronder twee tentoonstellingen en een symposium.
De burgerlijke stand is de belangrijkste bron voor genealogisch onderzoek. Dat behoeft voor de lezers van dit tijdschrift geen nadere toelichting. De akten ‘houdende geboorten, huwelijken en overlijden’ zijn het bewijs van het bestaan van iedereen die de afgelopen twee eeuwen in Nederland heeft gewoond of nu nog woont.

Kort historisch overzicht
Bij de invoering van de burgerlijke stand (Etat Civil) stonden de Fransen in 1792 een uniforme registratie, opgesteld door een onafhankelijke instantie voor ogen. Voor die tijd registreerden kerkgenootschappen dopen van kinderen en trouwen van lidmaten, maar als gevolg van de door de Franse revolutionairen gewenste scheiding tussen kerk en staat, kwam deze registratie in handen van de overheid die neutraal en onpartijdig werd geacht.

In de delen van ons land die na de verovering van de Republiek der Verenigde Nederlanden in oktober 1795 bij Frankrijk werden ingelijfd, werd de burgerlijke stand al in de zomer van 1796 ingevoerd. Zeeuws-Vlaanderen was één van die gebieden. Voor het registreren van geboorten, huwelijken en overlijden werd in elke gemeente een speciale ambtenaar benoemd. Dit was meestal de burgemeester. Deze ambtenaar van de burgerlijke stand schreef de akten in de in beslag genomen kerkelijke doop-, trouw- en begraafregisters in, want de officiële registers waren nog niet beschikbaar. Pas per 22 september 1796, tevens de eerste dag van het vijfde jaar van de Republikeinse kalender, werden de akten in afzonderlijke registers ingeschreven.

In de drie zuidelijke provincies werd de burgerlijke stand per 1 januari 1811 ingevoerd en in het noordelijke deel per 1 maart 1811. Dat had alles te maken met de invoering van het nieuwe (Franse) burgerlijke wetboek, bekend als de Code Napoleon uit 1807.
Tot op de dag van vandaag is de burgerlijk stand nog steeds dé basis voor de bevolkingsadministratie van de overheid. Zonder geboorteakte bestaat geen mens administratief en zijn leven is pas officieel beëindigd nadat een akte van overlijden is opgemaakt.

Toegankelijkheid
De laatste jaren is de toegankelijkheid van de akten van de burgerlijke stand voor genealogisch onderzoek enorm toegenomen. Vanaf het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw hebben archiefdiensten in ons land met behulp van duizenden vrijwilligers gegevens uit de openbare akten van de burgerlijke stand ingevoerd in de computer. De archiefdiensten hebben vanaf het jaar 2000 deze digitale bestanden via websites beschikbaar gesteld. Landelijk via de website GenLias en in elke provincie door de archiefdiensten in de provinciehoofdsteden en door verschillende gemeentelijke archiefdiensten. Het Zeeuws Archief stelt de ingevoerde gegevens van de Zeeuwse burgerlijke stand vanaf eind 2001 online beschikbaar via de website Zeeuwen Gezocht.

De digitalisering van gegevens uit de akten van de burgerlijke stand vergemakkelijkt niet alleen het genealogisch onderzoek. De uniformiteit van de gegevens maken deze zeer geschikt voor gekwantificeerd onderzoek naar verschillende aspecten van de 19de en begin-20ste eeuwse bevolking van Zeeland. In ons land gebruikt de Stichting Historische Steekproef Nederlandse bevolking (HSN) ook de Zeeuwse bestanden voor historisch-demografisch onderzoek. Dit heeft de afgelopen vijftien jaar diverse wetenschappelijke publicaties en symposia opgeleverd, waarbij onderwerpen als de gemiddelde huwelijksleeftijd, de gemiddelde levensverwachting in een bepaalde periode en het gebruik van voornamen zijn behandeld.

Anderhalf miljoen akten
In vijftien jaar tijd hebben vrijwilligers van het Zeeuws Archief ruim anderhalf miljoen openbare akten van de burgerlijke stand ingevoerd. De openbaarheidbeperkende termijnen voor de drie verschillende soorten akten zijn: geboorten 100 jaar, huwelijken 75 jaar en overlijden 50 jaar.
Per soort akte enkele statistische feitjes, zowel op macro- als op microniveau:

Geboorteakten
Over de periode 1811-1910 telt de Zeeuwse burgerlijke stand 613.000 geboorteakten. Daarnaast zijn er in de geboorteregisters ook nog akten van erkenning opgenomen. Buitenechtelijk geboren kinderen werden vaak vóór de huwelijkssluiting van hun ouders erkend. In de huwelijksakte van de ouders werd de erkenning van het kind of de kinderen vermeld, plus dat er in de kantlijn van de geboorteakte(n) de datum van erkenning door de ouders ten overstaan van de rechtbank met de datum werd vermeld. Het gerechtelijk vonnis van erkenning werd ook nog apart ingeschreven als akte in het geboorteregister. Het grootste percentage erkenningsakten, dus buitenechtelijke kinderen, werd ingeschreven in de akten van de burgerlijke stand in Vlissingen: 26 procent van het totaal aantal erkenningsakten over de periode 1811-1910.
Het aantal geboren tweelingen bedraagt bijna 6.300, drielingen 61 en er is vóór 1911 één keer een vierling geboren, in 1831 in Vlissingen.
In de maand maart werden de meeste baby’s geboren, gevolgd door januari, dus de conceptiemaanden waren vooral het late voorjaar en de zomer. De levenloos geborenen werden tot en met 1814 geregistreerd in de geboorteregisters, daarna in de overlijdensregisters. Opmerkelijk in Zeeland is dat de levenloos geborenen tot 1840 met voornaam in de akten werden genoemd. Op het eiland Tholen werd dit gebruik zelfs 20 jaar langer voortgezet. In de periode 1811-1910 zijn er 32.270 levenloos geborenen aangegeven bij de burgerlijke stand.

Huwelijksakten
In de periode 1811-1935 zijn er in Zeeland in totaal 182.768 huwelijken voltrokken.
De maand mei was de meest populaire maand (18%). Dat heeft te maken met het feit dat per 1 mei de arbeidsovereenkomsten van knechten en dienstboden afliepen en men vrij was of te kiezen voor verlenging of voor een andere werkgever of te gaan trouwen. De contracten werden per half jaar opgemaakt. Het personeel verhuurde zich van mei t/m september (de zomerperiode) en van oktober t/m april (de winterperiode). De dag dat de contracten afliepen werden op Walcheren Liesjesdag of Annetje Liesjesdag genoemd, dan waren de knechten en meiden een dagje vrij. Opmerkelijk is wel dat de huwelijksvoltrekkingen in oktober toch niet veel hoger zijn.
Kenmerk van de Zeeuwse huwelijksmarkt in de 19de eeuw is endogamie, dat is trouwen binnen dezelfde sociale groep. Ruimtelijke endogamie was ook heel erg sterk in Zeeland: trouwen binnen de eigen gemeente en binnen dezelfde regio (eiland). In Noord-Beveland was deze laag (65%). Door de lage bevolkingsomvang van het eiland, moest men vaak een huwelijkspartner op een ander eiland zoeken. Op Tholen daarentegen zocht men het meest een partner ‘van ’t eiland’ (86,6%)
Het grootste percentage vrouwen huwden tussen 20 en 27 jaar (63%), de mannen tussen 22 en 28 jaar (58 %).
Er waren natuurlijk extreme uitzonderingen, zoals Cornelis Brouwer die in 1816 op 86-jarige leeftijd trouwde met de 55-jarige Janna de Plaa en de 24 jarige Jan Peek die in 1838 trouwde met de 70-jarige winkelierster Geertruijdt Smits.
Echtscheidingen werden na vonnis door de rechtbank ingeschreven in de huwelijksregisters. De officiële benaming van deze registers was dan ook ‘registers van huwelijksvoltrekkingen en echtscheidingen’. In de periode 1811-1935 zijn er meer dan 1.900 echtscheidingen uitgesproken. Vooral na de Eerste Wereldoorlog nam dit aantal sterk toe.

Overlijdensakten
Het aantal overledenen in de periode van de openbare burgerlijke stand van 1811 tot en met 1960 bedraagt meer dan 631.000. Kenmerkend voor Zeeland waren de hoge sterftecijfers in de 19de eeuw. De gemiddelde leeftijd van de Zeeuwse mannen die in de eerste helft van de 19de eeuw waren geboren was nog geen 30 jaar, terwijl die van de vrouwen bijna 35 jaar was. Dit kwam voornamelijk door de hoge kindersterfte, vooral onder baby’s (een kwart in het eerste levensjaar). Met die cijfers deed Zeeland het net zo slecht als de minst ontwikkelde landen in onze tijd.
Toch lukte het sommige mensen om honderd jaar en ouder te worden. In de eerste honderd jaar van de burgerlijke stand gaat het om zeventien personen. Na 1910 nam het aantal honderdplussers sterk toe. De eerste honderdjarige in de akten van de burgerlijke stand is Cornelis Kiel. Hij overleed op 10 mei 1812 op 102-jarige leeftijd te Terneuzen.


Leo Hollestelle

Relevante bronnen:
- In het tijdschrift Zeeland, 20e jaargang nummer 4 (december 2012), tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappenis een artikel opgenomen over de eerste honderd jaar van de Zeeuwse Burgerlijke Stand.

1 opmerking:

  1. Goedemiddag,
    ik heb met succes in uw bestanden gezocht. Nu heb ik van mijn grootvader en grootmoeder en eventueel van enige van hun kinderen foto's. Wordt daar ook iets mee gedaan?
    met vriendelijke groet, Anne

    BeantwoordenVerwijderen